maandag 2 juli 2018

Citaat


“Marie is dertien jaar. Van kool of ooievaars wordt bij ons aan huis niet gesproken [...] maar zóó de zaken by den naam te noemen, vind ik onbehoorlyk, omdat ik zoo op zedelykheid gesteld ben. [...] ... ik moest weten of er niet meer in dat pak was, dat aanstoot geven kon. Daar ging ik aan ’t zoeken en bladeren. Alles lezen kon ik niet [...] maar zie, daar viel myn oog op een bundel: ‘Verslag over de Koffikultuur in de Residentie Menado.’ Myn hart sprong op, omdat ik makelaar in koffi ben – Lauriergracht, N. 37 – en Menado is een goed merk. Dus die Sjaalman, die zulke onzedelyke verzen maakte, had ook in koffi gewerkt. Ik zag nu ’t pak met een heel ander oog aan, en vond er stukken in, die ik wel niet alle begreep, maar die werkelyk kennis van zaken aantoonden. Er waren staten, opgaven, berekeningen met cyfers, waaraan geen rym te bekennen was, en alles was met zulk een zorg en nauwkeurigheid bewerkt, dat ik, ronduit gezegd – want ik houd van de waarheid – op het denkbeeld kwam dat die Sjaalman, als de derde klerk eens uitviel – wat gebeuren kan, daar hy oud en stuntelig wordt – heel goed diens plaats zou kunnen innemen. Het spreekt vanzelf dat ik eerst informatiën nemen zou naar eerlykheid, geloof en fatsoen, want ik neem niemand op ’t kantoor, voor ik dáárvan zeker ben. Dit is een vast principe van me. [...] Ik wilde voor Frits niet weten dat ik eenig belang begon te stellen in den inhoud van het pak, en stuurde hem daarom weg. [...] Er waren veel verzen onder, maar ik vond veel nuttigs ook, en ik stond verbaasd over de verscheidenheid van de behandelde onderwerpen. Ik erken – want ik houd van de waarheid – dat ik, die altyd in koffi gedaan heb, niet in staat ben de waarde van alles te beoordelen, maar, ook zonder deze beoordeling, de lyst der opschriften alleen was reeds kurieus. [...] ...hoezeer ik my in korrespondentie onthoud van alle citaten – wat op een makelaarskantoor ook niet te-pas zou komen – dacht ik echter by het zien van dat alles: multa, non multum. Of: de omnibus aliquid, de toto nihil. Maar dit was eigenlyk meer uit een soort van wrevel, en uit zekeren aandrang om de geleerdheid die voor mij lag, in ’t latyn aan te spreken, dan wel omdat ik het precies meende. Want, waar ik ’t een of ander wat langer inzag, moest ik erkennen dat de schryver me toescheen wel op de hoogte van zyn taak te staan, en zelfs dat hy een grote soliditeit in zyn redeneringen aan den dag legde.”

Uit: Max Havelaar, door Multatuli

Geen opmerkingen:

Een reactie posten